Rendierjagers (vroeger)

Vuurstenen, die in de kalk als lagen (banken) gevormd zijn, vind je nu op het land of in holle wegen, omdat daar de kalk er omheen is weggespoeld. Soms vind je de vuursteen zelfs als fossiel in de vorm van een zee-egel. Als je weet waar je moet zoeken heb je kans op vuurstenen artefacten: prehistorisch bewerkte vuurstenen die gebruikt werden als gereedschap, of juist het afval van een vuursteen waaruit zo'n gereedschap werd gemaakt, bijvoorbeeld de veelvoorkomende kernstenen waar klingen vanaf geklopt werden. Dat zijn lange, scherpe messen of punten. De ideale plaatsen en tijd om artefacten te vinden zijn de akkers aan de randen van de hoogten, ongeveer een maand nadat ze geploegd zijn. Je moet oppassen met vuurstenen die door vorstschade zijn gespleten en zodanig gevormd, dat ze verdacht veel lijken op prehistorisch bewerkte vuurstenen die als gereedschap dienden. Het verschil kan je wel zien. Een echt bewerkte vuursteen bezit altijd een slagbult: De plaats waar de klap van het harde voorwerp terechtkwam, om de vuursteen te splijten.

Het eerst werden vuurstenen gebruikt door de rendierjagers, voor het maken van gereedschappen: messen, boortjes, schrapers voor het schoonschrapen van huiden, en andere. Het is dus niet verwonderlijk dat de rendierjagers hier hun sporen achterlieten, omdat juist hier vuurstenen in de grond voorkomen. Maar ook een flink stuk naar het zuiden, in de streek ten westen van Metz-Nancy.

De rendierjagers volgden de grote rendierkudde waar ze van afhankelijk waren voor voedsel en kleding.Vandaar de plaats waar je artefacten kunt vinden. Vanaf de rand van de hoogten konden de rendierjagers de rendieren prima in het oog houden, terwijl ze op die plek hun vuurstenen zaten te bewerken. Zodra de rendieren aanstalten maakten om verder te trekken, moesten de rendierjagers mee. Zo trokken de rendieren langs het Maasdal van noord naar zuid en weer terug. Mogelijk een seizoensbeweging. Zo is het dus verklaarbaar dat de rendierjagers ooit op het idee gekomen zijn vuursteen te gaan gebruiken voor het maken van gebruiksvoorwerpen. Ze kwamen er immers voortdurend mee in contact.

Maar de rendieren waren ook dol op de rendierjagers! Die wasten namelijk hun haren met hun eigen urine. Dat was lekker warm, en ze moesten als nomaden toch zuinig zijn met drinkwater. De urine droogde op, en het zout uit de urine bleef achter. Niemand kan zonder zout. Romeinse soldaten kregen zout als beloning: het eerste salaris (sale = zout). Onze koeien krijgen een blok zout waar ze eens aan kunnen likken, een luxe die de rendieren niet kenden. Ze wisten de rendierjagers wel te vinden en likten het zout van hun haren. Zo waren de twee van elkaar afhankelijk. We weten dit allemaal, omdat de huidige eskimo's in Canada dit systeem nog toepassen.

Om nog een veel voorkomend misverstand op te lossen: vuur kun je niet maken door met twee vuurstenen tegen elkaar te slaan. Als je twee vuurstenen tegen elkaar slaat, zie je wel eens vonken. Dit is echter geen deel van de steen, want vuursteen kan nooit gaan gloeien van zo'n lage energie als van een slag. Meestal gloeit materiaal dat aan de vuursteen kleeft, bijvoorbeeld je eigen huidschilfers. Omdat de rendierjagers nog geen metaal kenden, gebruikten ze vuursteen zeker niet als vuursteen en noemden ze die dus ook niet zo. Eerder "gereedschapssteen", maar dan in hun taal. De stenen bewerkten ze dan al zittend op de rand van de hoogte. Tijdens het werk konden ze goed de rendierkudde in de gaten houden die in het dal stond te grazen. Als deze aanstalte maakte om verder te trekken moesten de rendierjagers immers mee.

Vuursteen heet vuursteen, omdat er wel degelijk vuur mee gemaakt kan worden, maar je hebt er metaal bij nodig, bijvoorbeeld met de zogenaamde tondeldoos. Dat was een combinatie van vuursteen en metaal. De vuursteen ketste langs het metaal van de doos en een hete metaalvonk zette de tondel, het gedroogde en geprepareerde vruchtlichaam van een kurkachtige zwam, aan het gloeien. Even blazen en je had vuur. Niet alle metaal was er trouwens voor geschikt. Het moest pyriet, oftewel ijzerzwavel bevatten. Het zwavel zorgt ervoor dat er gemakkelijker een metaalvonk ontstaat en maakt de vonk ook heter. Dit principe was eigenlijk alleen bij de smid bekend, die dit hooguit verder vertelde aan zijn zoon, als die hem opvolgde: het geheim van de smid.

Tegenwoordig worden nog vuurstenen gewonnen en wel voor de Braziliaanse keramiekfabrieken. Daar bekleden ze de maaltonnen met vuursteen. Als bij het malen de vuursteenbekleding slijt, kan dat geen kwaad voor de samenstelling van het keramisch product.