Een Kerstgymles met "rendieren"

Doelstellingen bij de les:

  • Ik wil met deze les de kinderen nieuwe begrippen aanleren.

  • Ik wil ook al bekende begrippen verduidelijken.

  • Ik wil de conditie bijhouden/ verbeteren.

  • Ik wil de kinderen zich laten inleven in een rol.

  • Ik wil de kinderen motiveren door ze in een bepaalde context de oefeningen te laten doen.

Inhoud:

Inleiding:

Het rendieren circuit:

De kinderen zijn allemaal rendieren en gaan een grote ronde lopen in de zaal. Ze komen steeds opstakels tegen.

Kern:

Rendier tikkertje: Hiervoor heb je nodig: een rode neus of een rendiergewei, een Kerstmanmuts. Een kind is de tikker, dit is Rudolph, het rendier met de rode neus. Het kind krijgt de rode neus op of het rediergewei. De andere kinderen zijn rendieren. Wanneer een rendier getikt is, gaat deze naar de kerstman. Het rendier geeft de Kerstman een poot. Dan is het rendier weer vrij. De Kerstman heeft de muts op. De Kerstman loopt ook door de zaal. Als een rendier getikt is blijft het stil staan. De kerstman geeft de getikte rendieren een hand, dan zijn ze weer vrij. De Kerstman kan niet getikt worden. Na een tijdje stop je en vraag je hoeveel handen de kertsman heeft gegeven en hoeveel rendieren Rudolph heeft getikt. Dan worden er een nieuwe Kerstman en tikker aangewezen. Tel als het kan even mee met de Kerstman om verkeerde tellingen even te voorkomen.

Afsluiting:

De les wordt besproken. De kinderen spelen het nog een keer, maar nu gaan de getikte rendieren naar de kleedkamer. Het spel wordt nu dus zonder Kerstman gespeeld.

 

Organisatie

De kinderen mogen 5 a 10 minuten rond rennen in het rendieren circuit. Dit ligt eraan hoe snel ze binnen zijn.

De obstakels: Een paar ijsschotsen: matten die een stukje van elkaar af liggen. Een hekje: bank die dwars staat. Muur: een kast die dwars staat, maar niet te hoog, met een mat erachter. Een bos: een aantal palen waar ze tussen door zig zaggen.

 

 

 

 

Begeleiding:

Ik wil dat ze stil zijn tijdens mijn uitleg. Tijdens de spelletjes mogen ze wel praten of aanmoedigen. Ik wil af en toe tijdens het wisselen iedereen even laten zitten en een paar kinderen iets voor laten doen, wanneer deze iets heel goed doen.