Verhalen, waar rendieren in voor komen:

1. Waar de Kerstman woont en leeft

2. Over het al dan niet bestaan van de Kerstman

3. Jaap en de tovenaar van Oudjaar

              Lesidee

    Kerstgymles met "rendieren"

Santa Claus of dé kerstman 

Kerstmis wordt nergens zo uitgebreid gevierd als in Scandinavië en vooral in Finland. Daar is kerstmis een feest van gedeelde vreugde, warmte en intimiteit. Op die dag worden ook de gestorven familieleden herdacht. Reeds weken voor de grote dag wordt het feest voorbereid. Het duurt trouwens tot na Driekoningen.

De dag van de heilige Lucia, het feest van het licht.

Op 13 december wordt de heilige Lucia gevierd. Zij is "de verloofde van het licht" of " de dochter van de langste nacht". Die dag is de donkerste van het jaar. Daarna lengen de dagen opnieuw en komt het mooie weer terug. Het feest van het licht is een familiefeest. Op die dag staat iedereen vroeg op behalve papa. Mama geeft witte jurken aan de kinderen. Het blondste meisje van het gezin mag een kroon met kaarsje dragen. Zij is "Lucia''. De andere zussen krijgen een kroon van zilverpapier, de broers een punthoed versierd met sterren. De kinderen gan zo hun vader verrassen. "Lucia" draagt een schotel met een kop koffie, broodjes met saffraan en koekjes.

Het land van de kerstman

De kerstman woont in Lapland, op de berg Korvantunturi, samen met zijn vrouw. Het is een plaats die zeer moeilijk te bereiken is. Daarom heeft hij ateliers en een kantoor dicht bij Rovaniemi, de hoofdstad van Lapland. Hoewel Rovaniemi niet al te groot is heeft ze toch een zeer moderne luchthaven waarop veel grote steden jaloers zijn. Elke dag landen er vliegtuigen uit de hele wereld.
De helpers van de kerstman zijn gekleed in rood geklede aardmannetjes. Zij helpen hem bij het verwerken van de post die vanover de hele wereld komt. Ook via het internet krijgt hij duizenden berichten. Iedereen zou antwoord krijgen hoewel ik al tweemaal iets geschreven heb maar nog niets heb gekregen!

Door-Marion van der Dennen

Kerstmis in Fins Lapland en hoe het daar werkelijk toegaat

De Finse Lappen hebben geluk. Zij wonen namelijk vlak bij de kerstman. Hun kinderen zijn opgegroeid met bezoeken aan de goede oude man met de witte baard. Pas in de jaren vijftig deelden ze het geheim van zijn verblijfplaats met de rest van de wereld.
Tijdenlang vertelden Noordamerikanen, Engelsen en Scandinaviërs hun kinderen over de kerstman. Deze zou op de Noordpool wonen. Voor de kleintjes bleef hij een onbereikbaar persoon. Maar in 1925 brachten de kranten groot nieuws. De grasetende rendieren konden helemaal niet leven op de Noordpool. Vandaar dat de goede oude man in Fins Lapland woonde, in. de 'orenberg' om, precies te zijn. De oren die uit de berg steken, zijn die van de kerstman, zodat bij naar alle kinderen in de wereld kan luisteren. Hij hoort het dus als er iemand niet zoet is. Binnen in de berg wonen ook zijn helpers, de drukke elven.
Na de onthulling van zijn geheime verblijfplaats kreeg Santa ineens veel bezoekers. Daarom besloot hij in 1985 zijn eigen kantoor te openen op de poolcirkel, vlak bij de hoofdstad van Lapland, Rovaniemi. Daar kunnen kinderen en volwassenen uit de hele wereld hem iedere dag van het jaar opzoeken. De kerstman geeft dan een speciaal cadeau: Iedereen die in een volgend leven één van Santa's rendieren wil zijn, krijgt twee krijtstrepen op de slapen. Daar zal later een gewei uitgroeien.
Tot zover de sprookjesversie. In werkelijkheid gaat het om een grootschalige toeristenindustrie. 'Het SantaPark, the Christmas Experience', zoals het park heet, wordt gerund door vele Finnen.
Om de beurt spelen ze de kerstman. Betalende toeristen mogen een tochtje maken met Santa's rendieren, of op de foto met de oude baas. Winkeltjes vol kostbare souvenirs brengen extra geld in het laatje
Voor de goedgelovigen onder ons volgt hier het postadres van de kerstman: Santa Claus Office, FIN-96930, Arctie Circle, Finland. Een antwoord is gegarandeerd. De Finse kerstman heeft namelijk zijn eigen postkantoor.

Bron: News.nl 7 december 2000

En wat de Finnen zelf van Kerstmis vinden?

In Finland, het land waar Santa Claus woont, wordt met Kerstmis vooral veel gegeten, net zoals hier. Verder gaan de Finnen natuurlijk de sauna in en zijn er cadeautjes, kerstbomen en lichtjes. Sari Hämekoski is twintig jaar en studeert medicijnen in het Duitse Lübeck. Voor de feestdagen gaat ze naar huis, in het Finse Tampere, om bij haar vader Jukka, moeder Kaisu en broer Juba te zijn.
Is de 24ste december bij ons vaak een rustig aanloopje -naar Kerstmis, in Finland is het dé feestdag. 'Dan kij- ken we met onze ouders en grootouders naar de vredesverklaring op televisie, gaan we naar de sauna, de kerk en het kerkhof waar kaarsen worden neergezet," vertelt Sari. "En daarna is het tijd voor het Kerstdiner." Op tafel staat bij de Finnen ham en vaak ook kalkoen. Erbij eten ze aardappels, worteltjes en 'rutapaga'. Die groentes zijn fijngemalen en vermengd met kruiden en specerijen. Ze worden geserveerd in aluminium vormpjes. Bij een traditioneel Fins Kerstdiner hoort ook 'rosolli': een soort salade met gekookt en in stukjes gesneden vlees, aardappels, wortelen en... slagroom. Rosolli wordt rood gekleurd met bietensap.

Cadeautjes
Na het eten komen de cadeautjes tevoorschijn. Alle familieleden hebben iets voor elkaar gekocht. "Jouiu- pukki, de Kerstman, komt eigenlijk alleen bij families met kleine kinderen," vertelt Sari. "Maar je kunt hem natuurlijk gewoon 'bestellen' als je dat wil. Met vrienden van scouting heb ik zelf wel eens voor Santa Claus gespeeld. " Kerstavond wordt bij familie Hämekoski besloten voor de televisie. De volgende ochtend zijn er 'kliekjes' als ontbijt.

Sneeuw
Dat de Kerstman in Finland woont, lijkt Sari niet zoveel te doen. "Hij woont in het Noorden, bij de pooicirkel"vlakbij Rovaniemi,' vertelt ze. "Daar is 'Santa's Village', maar dat is puur voor de toeristen. Er is een pretpark gebouwd in een berg, terwijl we in Finland niet eens echte bergen hebben." Sari heeft de Kerstman ook nog nooit voorbij zien racen met zijn slee. "Er valt hier zo weinig sneeuw dat die arme man met de auto moet."

Bij deze een echte Finse Kerstwens: Hyvää Joulua!

Bron: Stadskrant Veghel, 2000, nr. 51

TERUG


Over het al dan niet bestaan van de kerstman

In Eindhoven doet men ook aan wetenschap! Jawel! Aldaar heeft zich, uitgestrekt over enkele weken, de volgende tekst via e-mail ontwikkeld, door een aantal werktuigbouwkundigen. De persoon die het allemaal te boek heeft gesteld, staat bekend als Dr. Faust (al is het nog maar de vraag of het hier om een academische titel gaat).

Een verhandeling over het al dan niet bestaan van de kerstman.

1) Geen enkele bekende soort rendieren kan vliegen, MAAR er zijn (volgens schattingen) nog 300.000 soorten levende organismen die vooralsnog niet ontdekt zijn, en hoewel dit over het algemeen insekten en virussen zullen zijn, sluit dit niet HELEMAAL uit dat vliegende rendieren bestaan, al heeft alleen de kerstman die ooit gezien.

2) Er zijn 2.000.000.000 kinderen (mensen onder de 18) over de gehele wereld, maar omdat de kerstman (waarschijnlijk) de moslims, hindoes, joden en boedhisten overslaat, wordt het aantal kinderen 18,9% van het totaal: 378 miljoen, volgens betrouwbare bronnen. Een gemiddelde van 3,5 kinderen per huishouden levert een totaal van 108 miljoen huizen op. We zullen aannemen dat er per huishouden tenminste 1 goed kind is (dit is een optimistische schatting).

3) De kerstman heeft 31 uur de tijd dankzij de verschillende tijdzones en de rotatie van de aarde, aangenomen dat hij van oost naar west werkt (wat logisch lijkt). Dit zijn dus 3,48 miljoen huizen per uur, ofwel 968 huizen per seconde. Dit betekent dat hij per christelijk huishouden met goede kinderen 1,033 milliseconden de tijd heeft om te parkeren, uit de slee te springen, de kadootjes onder de kerstboom te leggen, weer in de schoorsteen te klimmen, de slee op te starten en weer naar het volgende huis te gaan. Als we ook nog eens aannemen dat al deze huishoudens gelijkelijk over de wereld zijn verdeeld, (we weten dat dat niet zo is, maar om de berekeningen gemakkelijker te maken doen we het toch) hebben we het nu over 1,3 kilometer tussen twee huishoudens, en een totale rit van 140,4 miljoen kilometer. Dat betekent dat de slee van de kerstman met een snelheid van 1258,1 kilometer per seconde reist: 4194 keer de snelheid van het geluid. Ter vergelijking: het snelste voertuig ooit, de ruimtesonde Ulysses, gaat maar 46 kilometer per seconde. Een normaal rendier haalt hooguit 60 kilometer per uur.

4) Het gewicht op de slee leidt tot nog iets interessants: aangenomen dat ieder kind een normale lego-doos zou krijgen (ongeveer 1 kilo), draagt de slee dus minstens 108 miljoen kilo, waarbij het gewicht van de kerstman nog is genegeerd. Op het land kunnen rendieren niet meer dan 160 kilo trekken. Zelfs als een `vliegend rendier' tien maal dit gewicht zou kunnen trekken, kunnen we niets met acht of negen rendieren; we hebben er 675.000 nodig (dit zou wel eens de gehele populatie kunnen zijn, hetgeen verklaart waarom deze beesten nooit in het wild gezien worden). Het totale gewicht wordt nu 148,5 miljoen kilo. Ter vergelijking, dit is drie keer zo zwaar als prins Willem-Alexander.

5) 148,5 miljoen kilo met een snelheid van 1258,1 kilometer per seconde zorgt voor een waanzinnige wrijvingskracht. De rendieren zullen op dezelfde manier verhit worden als een ruimtesonde die door de atmosfeer van de aarde heen komt. De voorste twee rendieren zullen naar schatting 14,3 miljard kilojoule per seconde absorberen. Waarschijnlijk zullen ze hierdoor ontploffen en de twee rendieren achter zich aan de wrijvingskracht blootstellen. Ook zullen er geluidsknallen als nooit tevoren ten gehore gebracht worden. In 0,00426 seconden zal het hele team van rendieren zijn ontploft. In de tussentijd zal de kerstman aan middelpuntvliedende krachten van 17.000 keer de zwaartekracht worden blootgesteld. Een kerstman van 300 kilo wordt zo de lucht in gesmeten met een kracht van 443.150 Newton.

Ter conclusie, als de kerstman ooit pakjes heeft gebracht op kerstavond, is hij nu waarschijnlijk dood. Maar natuurlijk zijn er even sprekende argumenten te verzinnen, om het wel bestaan van de kerstman aan te tonen en `s mans activiteiten fysisch aannemelijk te maken.

TERUG


JAAP EN DE TOVENAAR VAN OUDEJAAR.

Op de ochtend van 25 december werd Jaap wakker en voelde zich vervelend.
Wat was dat nou ook weer? Oh ja, dat nieuwe kind! Twaalf jaar lang was hij het enige kind geweest, maar toen was zijn moeder weer zwanger geworden. En nu draaide alles al tijden om de nieuwe baby, die nota bene nog niet eens geboren was!
Gemelijk ging hij zitten. Het was niet meer donker, maar ook nog niet echt licht. Hij keek op het klokje naast zijn bed. Tien over zeven. Hij stond op en deed een gordijn open. Nieuwsgierig keek hij naar buiten. Er was niemand te zien. En niets te horen. Voor de zekerheid keek hij nog maar eens op zijn klokje. Tien over zeven.

Wacht eens...tien over zeven? Nog steeds?!
Hij liep naar het klokje en pakte het op. Het stond stil.
Nou ja, nu hij toch wakker was, kon hij net zo goed naar beneden gaan. Zijn moeder was vast al aan het feestelijk ontbijt bezig.
Normaal gesproken verheugde hij zich op de warme keuken, de geur van worstebroodjes en zijn moeder die Kerstliedjes neuriede. Ze zou op haar eigen rustige manier bezig zijn, hem af en toe aankijkend met dat lieve glimlachje waar hij altijd een beetje verlegen van werd.
Nu, want ze liep op het eind van haar zwangerschap, waggelde ze met haar bolle lijf en praatte regelmatig tegen dat ongeboren wicht. Hij voelde zich dan buitengesloten.

Beneden was echter niemand. Vreemd! Hij keek op de grote klok in de huiskamer.
Tien over zeven!
Er was iets heel eigenaardigs aan de hand. Daar wilde hij even over nadenken. Hij ging in zijn vader’s grote leunstoel zitten en doezelde al mijmerend weg.
Hij schrok zich dood toen hij een gekrabbel hoorde aan de tuindeur. Hij keek naar waar het geluid vandaan kwam.
Daar stond een hert!
Van de schrik zwaaide hij wild met z’n armen: "Kssst!" Het hert liep niet weg. Plotseling herkende Jaap het dier. Dit was geen hert, maar een rendier. En het bleef hem maar strak aankijken. Tegen wil en dank schuifelde Jaap naar de tuindeur. Ze stonden nu bijna neus aan neus. Nog bewoog het rendier niet. Werktuiglijk deed hij de tuindeur open en liep naar buiten. Het dier kwam op hem af en bij wijze van begroeting schuurde het de kop over Jaap's schouder. Vervolgens draaide het zich om, knielde en keek om alsof het wilde zeggen: "klim maar op m'n rug."  Jaap vond eigenlijk dat hij al dapper genoeg was geweest. Het idee om op de rug van dat beest te klauteren bezorgde hem kriebels in zijn buik. Als om hem aan te moedigen zakte het rendier ook nog door de achterpoten. Zo kon Jaap er gemakkelijker op.

"Ach, wat zou het ook," bromde hij, "eigenlijk ben ik wel nieuwsgierig naar wat er gaat gebeuren."
Hij klom op het dier en klemde zich vast aan de dikke vacht van de nek. Het rendier stond op, nam een aanloop, dan een ongelooflijke sprong en Jaap merkte tot zijn ontzetting dat ze de lucht in gingen! Ze vlogen!
De wind suisde om zijn oren. In een mum van tijd zaten ze boven de wolken. Na een tijd zag Jaap in de blauwe verte een grote cirkel van allemaal stippen. Ze kwamen steeds dichterbij. Nu kon hij zien dat die stippen enorme cijfers waren. En hij zag ook twee wijzers.
"Maar,...dat is een klok!", dacht hij. 
De klok stond op tien over zeven! Het rendier vloog naar het midden van de reusachtige klok. Ze doken pardoes in het rondje waar de wijzers samenkwamen en begonnen aan de landing. 
Daar was een groot kasteel met dikke muren en heel veel torentjes.
Pal voor de neergelaten ophaalbrug kwamen ze neer. Door de boog van de poort kwam een bolle figuur in wapperende rode kleren met veel wit bont hen tegemoet. Het was de Kerstman! 
"Ik droom", dacht Jaap.

"Ho-ho-ho, m'n brave Rudolf, je hebt hem gevonden en meegebracht", begon de Kerstman.
"Ga maar gauw naar de warme stal wat eten, m'n beste, dat heb je wel verdiend. En jij, jongeman, klim eraf en kom met me mee. Ik zat al op je te wachten."
Dit laatste zei hij tegen Jaap, waarbij hij hem ongeduldig aan de mouw van zijn pyjama trok.
Bibberend klom Jaap van de rug van het rendier.

"Bij alle rendieren jongen, jij moet het wel koud hebben", zei de Kerstman vriendelijk bezorgd, "als de tijd niet stilstond zou het nu al sneeuwen. Kom gauw naar binnen, daar brandt een heerlijk vuur."
"A-als de tijd niet-eh-stilstond....? Dan-dan heb ik het dus toch goed ge-gezien?", hakkelde Jaap.
"Jawel kerel, maar daar praten we dadelijk wel over. Kom eerst met me mee voor een kop warme chocolademelk bij de open haard."
De Kerstman beende naar binnen en Jaap rende er achteraan. Wat nam die man een enorme passen! Vluchtig zag Jaap een grote binnenplaats, een enorme hal, een paar gangen met houten deuren en uiteindelijk stonden ze in een grote troonzaal.
Hijgend vroeg hij: "Zijn we er nu?"
De Kerstman keek om en lachte schaterend. "Ho-ho-ho, heb ik wat te hard gelopen voor die korte beentjes van je? Maar, ja we zijn er. Dit is de Levenszaal en nu ga ik je voorstellen aan de Tovenaar van Oudejaar."
"Nou weet ik zeker dat ik droom", dacht Jaap.

Ze liepen door de zaal naar een reusachtige schouw waarin een knetterend houtvuur brandde. Het eerste wat Jaap zag was een torenhoge zandloper. Aan de voet daarvan, dicht bij de haard zat, op een fraaie houten troon, een man die er erg oud uit zag. Links en rechts van de haard strekte zich een schemerig witte vlakte uit. Even later zag hij wat dat was: zover als het oog reikte niets dan kaarsen. Eentje brandde er slechts. 
De oude man had een lange grijze baard en spierwitte haren. Hij was gekleed in een purper gewaad, versierd met tekens en symbolen. Hij steunde zijn hoofd in één hand en keek mijmerend voor zich uit.
De Kerstman riep: "Vadertje, hier is hij dan. M'n brave Rudolf heeft hem voor me gehaald. Ik zei je toch dat hij zou komen. Eh- hoe heet je jongen?"
"Jaap", antwoordde deze bedeesd.
"Jaap, dit is Vadertje, de Tovenaar van Oudejaar en Vadertje, dit is Jaap."
De Tovenaar keek nauwelijks op.
"Wat heb je nu weer uitgedacht Klaas?", vroeg hij uiteindelijk met vermoeide stem. "Je kunt doen wat je wil, het antwoord blijft nee! Ik zet hem niet meer aan de gang. Ze moeten onderhand maar eens leren dat ze niet alles zo maar ongestraft kunnen uitvreten.Ik heb genoeg van al hun rotzooi. Je hebt zelf gezien dat ik het zand bijna niet meer schoon krijg. Ik blijf niet eeuwig aan de gang om de troep achter hun kont op te ruimen. Ze bekijken het maar!"
Met een diepe zucht zette hij de andere elleboog op zijn knie en verplaatste zijn hoofd. Mijmerend keek hij weer in het niets.

Jaap begreep er niks van. Vragend keek hij naar de Kerstman. Die haalde even zijn schouders op.
Een verdrietige trek stond op zijn gezicht.
"Kom Jaap", bromde hij, "ga even zitten, lekker dicht bij het vuur. Ik laat de beloofde chocolademelk aanrukken en dan zal ik je een en ander verduidelijken."
Terwijl Jaap even later nipte aan een beker hete chocolademelk en zich behaaglijk warm voelde worden, zat de Kerstman nadenkend naar hem te kijken. Een tijdje waren ze samen stil. Af en toe klonk er een zucht van de Tovenaar en het geruis van zijn gewaad als hij zijn hoofd weer eens verplaatste.
"Zo zit hij nou al uren jongen", zei de Kerstman uiteindelijk.
"Ik kwam even langs voor mijn jaarlijkse praatje voordat ik met mijn slee en rendieren de lucht in ga en trof hem zo aan. De zandloper stil, alle kaarsen uit en hijzelf verdrietig en boos."
"Staat daarom de tijd stil?" vroeg Jaap.
"Dat klopt knul. Kijk, die enorme zandloper bevat precies genoeg Tijdzand voor een heel jaar. De Tovenaar zorgt ervoor dat het lekker gelijkmatig doorloopt, zodat de Tijd ordelijk verstrijkt. Maar in de loop van het jaar vervuilt het zand. Bij ieder beetje onrecht dat "Ze" -de mensen dus- op aarde begaan, bij elke vervuiling, onheuse bejegening, oorlog en ga zo maar door, treedt er een lichte moddervorming op.
Tegen het einde van het Oude Jaar begint de Tovenaar met spreuken en rituelen het zand schoon te maken. Het klapstuk is de machtige toverspreuk precies om middernacht op 31 december. Dan is het zand weer zuiver tot op het laatste korreltje en draait de zandloper om, zodat de Tijd fris en onbezoedeld aan het volgende jaar kan beginnen."
"En wat is er met die kaarsen?"
"Dat zijn de Levenslichten. Voor ieder mens is er één. Aan de linkerkant zie je de mensen die nu op aarde leven. Als hun Tijd om is blaast hij hun vlammetje uit. Aan de rechterkant staan de ongeboren levens. Telkens als er een mens op aarde bij komt, steekt Vadertje een kaars aan en zet die aan de linkerkant. Zo houdt hij de Eeuwigheid bij.
"Maar nu brandt er maar één?"
"Ja, dat klopt. En dat is nou net het probleem. Vadertje is in de loop der jaren zo verdrietig en kwaad geworden dat hij de tijd heeft stilgezet."

"Jazeker", klonk het nijdig vanaf de open haard, "en die blijft stilstaan."

Jaap schrok van die uitbarsting. De Kerstman vertelde onverstoorbaar verder:
"Tot voor een aantal jaren was de taak van de Tovenaar weliswaar zwaar, maar hij had er plezier in.
Maar het kostte hem steeds meer moeite om het zand op tijd schoon te krijgen. De laatste paar jaar moest hij zelfs halverwege het jaar aan zijn spreuken en rituelen beginnen, anders zou het zand van het dan lopende jaar al niet meer naar beneden komen. Bovendien durfde hij steeds minder kaarsen aan te steken voor nieuwe, jonge levens. Hij vroeg zich af wat er van hen moest worden en hij werd steeds verdrietiger bij de gedachte zo'n schone witte kaars van rechts aan de linkerkant in het "knollenveld", zoals hij het zelf vaak noemde, te moeten zetten. Uiteindelijk werd het hem allemaal teveel en hij besloot om de Tijd stil te zetten. Dan kon het niet meer slechter worden. Op hetzelfde moment blies hij alle kaarsen uit. Omdat de Tijd stilstond zette het ook alle mensen stil, precies zoals ze vanmorgen om tien over zeven waren."

"Ja, en zo zullen ze wel blijven ook!", snauwde de Tovenaar weer. "Vertel de jongen ook maar dat Vadertje Tijd en Moedertje Aarde het méér dan zat zijn. Brassen is al wat de mensen kunnen; onverschilligheid, kwaadaardigheid, onverdraagzaamheid en egoïsme. Dat is de oogst van wat wij zo liefdevol zaaien. Daarvan kunnen wij niet meer leven, we geven het op!"
Zijn stem was van kwaad verdrietig geworden.

Jaap was overdonderd. Hij voelde zich een beetje triest. Hij geloofde nu niet meer dat hij droomde, dit was écht.
Hij moest denken aan de uitzendingen van het nieuws op radio en televisie. Eigenlijk was het ook niets dan ellende; oorlog, misdaad, bekrompen gedrag vanwege andere gewoontes of huidkleur, vervuiling, agressie. Het leek wel of de mensen niets anders dan geweld en narigheid konden voortbrengen. Misschien had de Tovenaar wel gelijk, misschien kon de Tijd maar beter stilstaan, dan kon het ook niet meer slechter worden.
"Maar ook niet beter". Dit had hij hardop gezegd.

"Ho-ho-ho", brulde de Kerstman, "zie je wel, ik wist het! Jouw kaarsje brandde niet voor niets. Dat wilde maar niet uit! En Rudolf heeft met zijn scherpe neus uitgevonden van wie het kaarsje was en jou hierheen gebracht. Jij kunt misschien een ander licht op de zaak werpen. En dan wordt het weer gewoon Kerstmis en Nieuwjaar!"
De Kerstman was verheugd opgesprongen en sloeg Jaap op zijn schouder. De chocolademelk spatte in het rond, maar Jaap merkte het niet.
Hij dacht ineens aan iets anders:
"Kerstmis en Nieuwjaar, dat wordt het nu natuurlijk ook niet", mompelde hij. "Geen sneeuw, geen lampjes in de kerstboom, geen gezellige lange avonden, geen vuurwerk en geen mensen die elkaar omhelzen.
En ook geen...." Tranen sprongen in Jaap's ogen. Hij sloeg zijn handen voor zijn gezicht en voelde zich diep verdrietig.

"Wat ook geen... ,wat?" vroeg de Kerstman ongeduldig.

Jaap keek hem aan. Hij veegde met zijn mouw langs zijn ogen en neus. Hij slikte zijn tranen weg.
"Heb je lucifers Kerstman?", vroeg hij.
"Ja die heb ik wel, maar wat wil je daarmee? Je gaat toch geen gekke dingen uithalen?
De Tovenaar was inmiddels uit zijn mijmerende houding overeind gekomen. Hij keek naar Jaap en de Kerstman. Zijn ogen stonden licht verwonderd.
"Geef nou maar", zei Jaap, "dan zul je wel zien."
Hij nam de lucifers van de Kerstman aan en liep naar het rechter kaarsenveld.

"En wat denk jij wel dat je daar kunt gaan doen?" De stem van de Tovenaar klonk voor de eerste keer hard, gebiedend zelfs. Jaap schrok en kromp even ineen. Maar dan rechtte hij zijn rug en liep door.
Hij pakte een kaars uit het immense veld en streek een lucifer aan.
De Tovenaar was opgestaan en keek Jaap verontwaardigd aan. Zijn ogen schoten vuur. "Wil je dat laten! Wie denk je wel dat je helemaal bent. Jij kunt hier zomaar geen kaars aansteken, snotaap!"
Jaap haalde diep adem. Hij was toch wel een beetje bang. Maar dan zei hij: "Oh nee? Moet je eens opletten Vadertje."
Hij hield de brandende lucifer aan de lont er groeide een heldergele vlam aan de punt van de kaars in zijn hand. Dapper liep hij met de brandende kaars naar de Tovenaar. Die torende hoog boven hem uit. Zijn gezicht stond woest en hij zwaaide driftig met zijn handen naar de kaarsvlam. Jaap hield er beschermend zijn hand voor. De kaars ging niet uit.

Op twee passen van de Tovenaar bleef hij staan en keek de boze man in de ogen. Hij slikte.
"Weet je, Vadertje Tovenaar, ik bedacht net opeens dat, als je de Tijd voor altijd stil wil laten staan, ik ook nooit mijn broertje of zusje zal zien. Vaak heb ik dat misschien wel gewenst, maar nu voel ik het voor het eerst heel anders.
Ik heb heel erg lang geen broertje of zusje gehad en nou dat eindelijk zou gebeuren besluit jij om de Tijd stil te zetten. Ik weet wel dat we veel narigheid veroorzaken op onze Moeder Aarde. Veel dingen waarover een Moeder zich zou schamen. Maar ik ken geen moeder die daarom haar kinderen maar in de steek laat. Er zijn ook veel mooie dingen te beleven die mensen gelukkig kunnen maken. Als de tijd stil staat krijgen ook die geen kans meer.
Per slot van rekening vullen we de Kersttijd met gedachtes aan mooie en zuivere dingen. We steken lichtjes en kaarsen aan. We herdenken dat er lang geleden rond deze tijd een ander kind werd geboren dat uiteindelijk veel Licht en Liefde naar de wereld heeft gebracht. En ik geloof dat ieder nieuw kind diezelfde mogelijkheden heeft. Dus daarom houd ik nu eigenlijk al zielsveel van mijn nieuwe broertje of zusje. Ik zal het beschermen en proberen het heel veel moois te laten meemaken. Dan verandert er al een klein beetje in de wereld. En ik meen dat ik niet de enige ben die er zo over denkt. Maar als jij ons allemaal geen kans meer geeft, kunnen we ook niets meer doen.
Dan blijft de wereld zoals ze is, niet slechter, maar ook zeker niet beter.
Papa zegt altijd: het is beter om één kaars aan te steken dan de duisternis te verwensen. Ik geloof dat ik nou echt begrijp wat hij daarmee bedoelt. En daarom heb ik deze kaars aangestoken. Voor het nieuwe leven en de nieuwe hoop."

Na deze lange toespraak werd het doodstil. Jaap wist zelf niet waar hij alle woorden vandaan had gehaald. Ze kwamen recht uit zijn hart. Hij hijgde licht van de inspanning, een blos gloeide op zijn wangen.
De Kerstman was naar Jaap toegekomen. Zijn gezicht was een en al gulle lach. Hij nam zijn muts af en maakte een sierlijke buiging.
"Ho-ho-ho-ho, goed gesproken m'n jongen. Wat een redevoering. Petje af, ho-ho-ho-ho!"
Dan keek hij naar de Tovenaar van Oudejaar.
"Daar kan je het voorlopig mee doen Vadertje. Deze jongen heeft hier in een paar minuten meer wijsheid verkondigd dan jij en ik samen tijdens de voorbije dagen konden bedenken."

De Tovenaar was op zijn troon gaan zitten. Verbaasd keek hij naar dat jongetje met rode wangen en een brandende kaars in zijn hand, dat daar voor hem stond. In zijn diepe grijze ogen ontstonden langzaam pretlichtjes. Bedachtzaam knikte hij.

Daarna ging alles bliksemsnel.
De Tovenaar stond op.
"Ga jij je slee maar inspannen, grote lachebek! Ik heb de boodschap wel begrepen. Ik heb het nog druk. Geef mij die kaars maar jongen en ga snel met die andere kindervriend mee. Ik moet nog veel doen en dan kan ik het niet hebben dat er iemand voor mijn voeten loopt."
Dat laatste zei hij wat bits, maar toen hij de kaars van Jaap overnam hield hij zijn hand even langer vast dan nodig was. Hij keek Jaap een paar tellen aan en zijn ogen stonden zacht en vriendelijk.
De Kerstman trok Jaap mee.
"Kom, m'n jongen, we gaan. Ik denk dat Vadertje zich een beetje schaamt. Je hebt het fantastisch gedaan, maar nu is het tijd voor een tactische terugtocht.
We moeten ook een grote Tovenaar die beseft dat hij een vergissing heeft gemaakt in zijn waarde laten."
De slee werd ingespannen, Jaap kreeg een bontcape van de Kerstman om en in een wip stoven ze door het middelpunt van de Tijd weer naar de aarde. De Kerstman riep voortdurend "Ho-ho-ho" en klingelde met zijn bel.

Toen ze in de tuin van Jaap's huis landden, begon het licht te sneeuwen.
"Jaap, ik bedank je namens alle mensen. Houd je gedachten zuiver en deel ze met iedereen, ook al komen er soms slechte tijden. Een langere toespraak heb ik niet voor je, want ik heb grote haast. Het is Kerstmis en ik heb al veel tijd verloren. Het ga je goed, net als je nieuwe broertje of zusje!"
En met die woorden zette hij Jaap uit de slee. De rendieren hadden geen aansporing nodig. Ze zetten zich in beweging en stoven de lucht in. Jaap zwaaide totdat het hele span nog maar een stipje was en hij het vrolijke "Ho-ho-ho" niet meer kon horen.

Hij ging naar binnen, waar alles nog rustig was. De klok in de huiskamer stond op elf minuten over zeven. Hij slaakte een zucht van opluchting. De Tijd liep weer!
Hij ging in pappa's grote leunstoel zitten en liet de vreemde gebeurtenissen nog eens door zijn hoofd spelen. Wat een avontuur!
Langzaam sukkelde hij in slaap.

Zo trof zijn moeder hem aan toen ze naar beneden kwam. Ze was een beetje in de war door het late tijdstip. Normaal gesproken was ze al een half uurtje aan de gang met het ontbijt. Jaap had een gelukkige glimlach op zijn gezicht.
Moeder streek hem zachtjes over zijn bol, terwijl ze met de andere hand haar dikke buik vasthield.
"Soms is het een vreemde jongen en weet ik niet wat er allemaal in zijn hoofd rondspookt, maar ik weet zeker dat je er een fijne broer aan zult hebben mijn lieve baby", zei ze tegen het nog ongeboren leven in haar lichaam.

Neuriënd ging ze naar de keuken en zette een keteltje water op voor de thee.

Buiten viel zacht en zuiver de sneeuw.

TERUG