Het roodborstje heeft een rode borst, een rood voorhoofd en een effen olijfbruine bovenkant. Mannetje en vrouwtje zien er hetzelfde uit. Ze hebben een lange dunne snavel, die uitstekend geschikt is om insecten mee te vangen. Zaadjes kunnen ze er echter niet mee openbreken. Het roodborstje zingt bij voorkeur in de ochtend. Die zang begint met een aantal hoge tonen en eindigt met een parelend getsjilp.
Het roodborstje nestelt in holle bomen, houtmijten, nissen, dichte heggen etc. Omdat de nesten zo dicht bij de grond liggen, worden ze vaak leeggehaald door katten en gaaien. Het roodborstje legt 5-7 eitjes.

Het roodborstje is niet bang voor mensen. Als je op een bankje zit komt hij rustig bij je rondhippen op zoek naar wormen en larven. Hoewel ze er lief en aardig uitzien met hun grote zwarte ogen zijn het vrij agressieve diertjes. Ze schrikken er niet voor terug om andere roodborstjes of grotere vogels aan te vallen wanneer ze zitten te broeden of jongen hebben.

Roodborst
Erithacus rubecula
Roodborst (Erithacus rubecula)
Helder, chaotisch en parelend als een glas champagne: zo zou je de zang van de roodborst kunnen omschrijven. Je hoort geen melodie maar een aaneenschakeling van luide, heldere fluittonen. Het lijkt wat op de zang van de Winterkoning, maar de zang van de roodborst is helderder en mist de voor de Winterkoning karakteristieke triller. Zijn alarmkreet is een luid, doordringend 'tik-tik'.
Grootte lengte: 14 cm
Biotoop Broedt talrijk in gevarieerde, bosrijke streken, ook in tuinen en parken. Tijdens de trektijd in allerlei vegetaties.
Voortplanting Het nest wordt door het wijfje alleen gebouwd van gras en bladeren en ligt meestal verborgen in een holte, tussen klimop, op of vlak bij de grond in de begroeiing of tussen wortels. Vaak vindt men een nest in een oud schuurtje; een enkele keer in een oude pot of pan. Het broeden begint in het zuidwesten eind maart, in het noorden in juni. Het legsel bestaat meestal uit 5 6 eieren, die door het wijfje in 12 15 dagen worden uitgebroed. De jongen verlaten na circa 2 weken het nest. Indien er snel een tweede legsel volgt, neemt het mannetje de verzorging en het voeren van de eerste jongen voor zijn rekening. Een jonge roodborst is gevlekt en lijkt op een jonge Nachtegaal; zijn staart is echter donkerder en korter.
Territorium Met zijn aardige zang, die het gehele jaar behalve aan het eind van de zomer tijdens de rui te horen is, geeft de roodborst het jaar rond zijn territorium aan. Ze zijn nogal vechtlustig: tijdens territoriumgevechten strijden de mannetjes soms op leven en dood.
Voedsel Vanwege zijn tamheid is het een geliefde vogel in dorps- en stadstuinen, die 's winters voedertafels opzoekt en soms zelfs uit de hand eet. Van nature is de roodborst een insecteneter; hij beweegt zich het liefst op de grond om zijn kostje bijeen te scharrelen.
Gedrag Hoewel de roodborst als tam en vertrouwelijk wordt beschouwd, leidt hij soms, met name tijdens de rui, een meer verborgen leven. Ver weg van menselijke bewoning, in bossen en andere natuurgebieden, is het een erg schuw dier dat een teruggetrokken bestaan leidt.
Kenmerken Herkenbaar aan oranjerode borst en gezicht, afgezet met grijs. Bovendelen en staart bruin, onderdelen witachtig. Geslachten gelijk.
Trek Het gehele jaar door te zien. Noordoost-Europese roodborstjes zijn trekvogels en overwinteren rond de Middellandse Zee. In Noordoost-Europa trekken ze in september-november weg en keren in maart-april terug.
Aantallen Algemene broedvogel.